We hebben de foto’s nog

5 december 2018

Gisteren begroeven we Sinterklaas. De enige echte, ook al had hij zijn mijter een paar jaar geleden al aan de wilgen gehangen. In de aula te Putten geen cake maar pepernoten, refererend aan het strooigoed waarmee de overledene gedurende zijn 40-jarige carrière als goedheiligman menig kinderhandje vulde.

Begin van de zeventiger jaren stond ik als kleuter met mijn moeder en broer op het marktplein, voor de eierhal bij de intocht. Wat een feest. Van veraf zag ik ‘m aankomen op zijn witte schimmel, omringd door een schare pieten. Vanuit de hoogte keek hij op mij neer. ‘Dag Anja, wat fijn dat jij er bent’, sprak hij met zware stem. Ik stond als aan de grond genageld: Sinterklaas wist wie ik was. Kende mij bij naam.

’s Avonds zette ik mijn rode laarsje bij de gaskachel in de keuken, daar kon namelijk meer in dan in mijn schoen. Een wortel voor het paard en mijn verlanglijstje met daarop een multomap, viltstiften en kleurboek als standaard wensen. In mijn pyjama zong ik een liedje over de wind door de bomen, paardenvoetjes, hard en zacht geklop. En oh… de volgende morgen was mijn laarsje gevuld met mierzoete chocoladekikkers en schuimpjes.

Pakjesavond vierden we dat jaar met Dick en Sietske en hun kinderen. Met hen kampeerden wij steevast in Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg of Dalfsen. Dick maakte tijdens die vakanties dia’s. Een paar weken na de vakantie zaten we dan bij hem in de verduisterde woonkamer voor een diashow. Hapje en drankje erbij, de volwassenen een sigaretje of pijp  waarvan de rook zo mooi om de lichtstraal van de zacht ratelende diaprojector kringelde. Hoe leuk was dat?!

Die bewuste pakjesavond kwam Sietske met de kinderen. Dick zou later komen. Hij moest overwerken. Met een glas priklimonade en een stuk roomboterletter begon het lange wachten. Ineens werd er op de ruiten gebonkt, hard op de deur geklopt. Oh my god!, daar stond Sinterklaas met een legertje pieten voor de deur. Met ogen als schoteltjes zo groot keek ik hoe hij op mij toeschreed. Piet gooide wat pepernoten in de hoek. Toentertijd was Piet echt geen kindervriend hoor. Niet bij ons! Al dat gedreig met zakken vol stoute kinderen die naar Spanje geëxporteerd werden, ik was er behoorlijk van onder de indruk.

‘Zo, Anjaatje, kom jij maar eens even bij Sinterklaas op schoot’, sprak de Sint. Ik pieste bijna in mijn broek van angst, wilde niet. Met enige dwang belandde ik dan toch op schoot. Oh no! De Sint opende zijn boek en wist alles van mij! Zelfs wat ik tijdens de vakantie in Oostenrijk had uitgespookt. En hij wilde dat ik een liedje voor hem zong. Nou echt niet! Ging niet gebeuren. Ik spartelde tot hij me losliet en kroop achter de bank. Daar was ik veilig.

Uiteindelijk vertrok het gezelschap met het excuus dat er nog meer kindertjes zaten te wachten. Nou, dag Sinterklaasje, dahhag, dahhag Zwarte Piet. Niet veel later kwam Dick uit zijn werk en konden we eindelijk de wasmand vol cadeautjes uitpakken. Hij vond het jammer dat hij Sinterklaas net gemist had, vroeg hoe we het vonden. ‘Stom!’ antwoordde ik boos.

Ik was ook boos toen het bestaan van de goede Sint een grote leugen bleek te zijn, de heilige in werkelijkheid ‘ome Dick’ bleek te zijn. Was ik helemaal voor niks doodsbang geweest. Iedere kampeervakantie, iedere gezamenlijke verjaardag kwam onze confrontatie weer ter sprake. Wat een lol hadden ze bij de herinnering aan dat bange, vrome Anjaatje dat van Sints schoot spartelde.

Vandaag, tijdens zijn uitvaartdienst in de aula kwam die herinnering weer naar boven aan Dick als Sinterklaas, Dick als vakantiefotograaf, als goede vriend van de familie, die altijd klaar stond als mijn moeder hulp nodig had. Dick had zelf geen gelukkige jeugd. Zijn vader werd tijdens de oorlog weggevoerd naar een Duits concentratiekamp, kwam niet meer terug. Zijn huis werd in brand gestoken als represaille voor een aanslag op een Duitse officier. Daar sprak Dick nooit over, het was een gemeenschappelijke rouw over het leed dat zo vele Puttense gezinnen had getroffen in het laatste oorlogsjaar. Maar des temeer zette hij zich als volwassene in voor de maatschappij, tijdens de avondvierdaagse, als Sinterklaas. Werd daarvoor ook geridderd.

Prachtig meerstemmig zong het Puttens mannenkoor tijdens de uitvaartdienst als laatste eer aan hun overleden zangmaat. En rolde er een traan bij het besef dat niets bij het oude blijft en het leven kort is. Wat rest zijn dierbare herinneringen. En gelukkig die vakantiefoto’s.