vip-behandeling voor grafkatten

LISSABON – Blijkbaar heeft ze zich bedacht, want ze komt terug, parkeert haar groene bezempje tegen een cipres en gebaart dat het toch wèl mag. Ze neemt een pose in, geeft me haar liefste glimlach en ik druk af. Nu heb ik toch een foto van het kattenvrouwtje van Cemitério dos Prazeres: Josephina Maria Lopez Paul.

Campo de Ourique is het eindstation van lijn 28. Aan boord van  de beroemde gele tram met slecht 20 zitplaatsen is het dringen. Een internationaal gezelschap want in Lissabon is de tram niet alleen goedkoop en praktisch, maar bovenal een niet te missen belevenis. De tram baant zich een weg door de smalle straten van het oude centrum. Bij iedere stop vraag je je af hoe al die wachtenden er in godsnaam inpassen, maar dan blijkt dat evenveel mensen uitstappen.

Cemitério dos Prazeres is een in 1833 aangelegde begraafplaats waar menig rijke familie helemaal los ging bij het bouwen van een grafmonument. Kosten nog moeite werden gespaard om de triestheid, het verdriet en alle emoties rondom die onvermijdelijke dood over te brengen. Overal symbolen: klassieke motieven die de dood vertegenwoordigen. Ankers, engelen, vleugels, kruizen, gebroken takken, schedels, het alfa ed omega-teken, tranen, zandlopers, het hele assortiment is er. En meer: bijen als symbool van de wederopstanding, artisjokken voor de wedergeboorte, scharen als symbool bij iemand wiens levenslijn midden in het leven doorgesneden werd. En altijd weer is er die hoop op onsterfelijkheid, het eeuwige leven.

Ergens tussen Rua C en D ruik ik kattenpis. Het lijkt een felgekleurde hoop vodden, mogelijk het schamele eigendom van een zwerver, maar als ik dichterbij kom blijken het kattenhuisjes te zijn. Van die plastic kooitjes, voor als je kat op reis of naar de dierenarts gaat. Gehaakte kleedjes liggen er keurig uitgestald om het leven der grafkatten te veraangenamen. En daarvan lopen er genoeg rond. Over een muurtje hangt een fris gewassen kleedje te drogen. Geen alledaags tafereel tussen al dat marmer. Twee katten kijken me vragend aan: ‘Wat kom je doen?’.

In het buitenland bezoek ik graag imposante begraafplaatsen. Helpt al die pracht en praal wel in het gevecht tegen de vergetelheid? Hier biedt een grafhuisje over het algemeen ruimte aan zes lichamen. Dat hoef je nergens na te vragen. Dat kun je zien. Sommige huisjes zijn namelijk heel transparant. Letterlijk! Ze hebben een filigraan hekwerk met daarachter een glasplaat en vitrage. Maar bij genoeg huisjes is er geen hekwerk, geen vitrage, maar gewoon glas, waarachter de kisten, al dan niet bedekt met een gehaakt sprei of een velours kleed pontificaal in beeld liggen. Huisjes waarvoor vermoedelijk geen onderhoudscontract is afgesloten of de huur is opgezegd verpauperen. De ramen zijn kapot, de vitrage of wat er van over is wappert in rafels tussen het kapotte hekwerk.

...ik kom hier iedere dag, behalve zondag...

De verweerde, deels geopende kisten staan op het punt in elkaar te zakken. Aan andere deuren hangt het bordje ‘Abandonado’ oftewel ‘verlaten’. Volgens mijn taxichauffeur zijn ze voor geïnteresseerden opnieuw te huur, maar je moet flink dokken. De moderne Portugees laat zich steeds vaker cremeren. Een stuk goedkoper. Zo in het zonnetje is het heel fotogeniek, maar oh wee als de duisternis over dit dodendorp valt. De jagende katten, de tot de verbeelding sprekende open kisten, geesten van de rustelozen en de klapperende deuren van verpauperde grafhuizen zullen je nog dagen in je dromen achterna jagen.

Op de hoek van Rua 39 en 23 zie ik de volgende bonte kattenverzameling. Opnieuw kleedjes met katten en in hun midden een vrouw met blikjes kattenvoer en bakjes met brokjes. De katten stromen toe. Ze strooit rijstkorrels om duiven op afstand te houden. ‘Die grote vette poes is niet zwanger, maar een gecastreerde kater. Na de castratie worden katers dikker’, zegt ze. Weer wat geleerd. Ik vraag haar of ze ze vaker voedt. ‘Ja, ik kom hier iedere dag, behalve zondag, voor de katten en wat gezelschap’.

De kleedjes, de kooitjes, ja ook dat roze kleedje achter een roestgat in een grafhuisjesdeur, is echter het werk van een andere vrouw: Josephina, een 80-plusser die al 30 jaar lang voor de katten zorgt. Ze huurt er een huisje, verzorgt een aantal graven en voedt de katten. Met haar groene bezempje veegt ze zand en bladeren weg. Josephina vertelt me dat haar man al 30 jaar dood is. Nee, hij ligt niet in haar grafhuisje, maar elders. In haar huisje staan haar bezem, een voorraadje kattenvoer, kussens en dekens, stoffer en blik en een klapstoeltje voor haarzelf. Mijn Portugees is uiterst belabberd waardoor een echt gesprek niet op gang komt. Maar ze steelt mijn hart, zoals ze daar met haar katten bezig is.

Josephina wil niet op de foto. Ik respecteer dat besluit, groet haar en struin verder door de vele straten van Cemitério dos Prazeres. Dan, als ik op een bankje wat aantekeningen zit te maken, zie ik haar in de verte aan komen lopen. Ik glimlach naar haar. Ze komt recht op me af, parkeert haar groene bezem tegen een cipres en poseert. Ik vraag haar naam en adres en beloof haar de foto’s op te sturen. ‘Stuur ze maar hierheen, ik ben hier iedere dag’, antwoordt ze.

Van rust is op Dos Prazeres geen sprake. De begraafplaatst ligt vlakbij airport Lissabon, waar iedere 2 minuten een vliegtuig zijn straalmotoren start en opstijgt. Als ik een uur later in de kapel aankom, zie ik Josephina opnieuw. Jas aan, tas om, kletst nog wat met de kapelbewaakster en ik versta: ‘oh kijk, daar is die vrouw waar ik het over had’. Zij vertrekt, ik loop nog een rondje door de kapel, waar een foto-expositie van grafvoertuigen hangt. Bizar hoe potsierlijk de eerste lijkwagens na de koets waren. Onbetaalbaar voor Jan met de pet.

In het zijportaal is een autopsie-ruimte waar in de negentiende eeuw lichamen door internisten onderzocht werden alvorens ze gereinigd en voorbereid werden voor hun begrafenis. Dit in het kader van het profiteren van de dood om het leven beter te begrijpen. Een opengeslagen boek in deze ruimte toont de geschiedenis van deze en andere Portugese begraafplaatsen, ligt open bij een foto van forensisch onderzoek op een kadaver, een jaar na de begrafenis. Een beetje luguber is het wel. Vooral het grote afvalputje op de marmeren vloer. In het gastenboek van de kapel naast lof over deze oase midden in Lissabon schreef iemand de politieke leus ‘Merkel muss weg!’ De volgende bezoeker was het er niet mee eens, zette er een dik kruis door.

 Ik stap als eerste in in een lege tram. Er hangt een bordje met de boodschap dat je bij het eindpunt verplicht moet uitstappen. Een agent staat bij de halte om dat te checken. Of stond hij daar toevallig? Ik kies de mooiste plek, bij het raam.  Cemitério dos Prazeres is een juweeltje in het drukke Lissabon, mag zeker niet ontbreken als je de stad bezoekt.  En groet Josephina, als je haar ziet!